HOME

<< back

Fanniidae Latrinevliegen

Latrinevliegen weetjes
Fotografie weetjes
Mogelijke look-alikes
Andere bronnen

Fannia canicularis Kleine kamervlieg Fannia canicularis Kleine kamervlieg Fannia canicularis Kleine kamervlieg Fannia canicularis Kleine kamervlieg
Fannia canicularis Kleine kamervlieg 4♂
Fannia fuscula Fannia fuscula (f) Fannia fuscula (f) Fannia fuscula
Fannia fuscula 3♀, 1♂
Fannia lustrator Fannia lustrator Fannia lustrator Fannia lustrator
Fannia lustrator 2♂, 2♀
Fannia pallitibia Fannia pallitibia
Fannia pallitibia 2♀
Fannia postica
Fannia postica 1♀
Fannia serena Fannia serena
Fannia serena 2♀
Fannia similis Fannia similis
Fannia similis 2♂
Fannia sociella
Fannia sociella 1♂
Fannia spec. Fannia spec. Fannia spec. Fannia spec. Fannia spec. Fannia spec. Fannia spec. Fannia spec.
Fannia soorten 4♂, 4♀

Latrinevliegen Weetjes

De familie Fanniidae is nauw verwant met de Muscidae (Echte Vliegen) de Anthomyiidae (Bloemvliegen) en de Scathophagidae (Strontvliegen) die samen de superfamilie de Muscoidea vormen.

Wereldwijd zijn er slechts zo'n 260 soorten en in Europa meer dan 80 en in Nederland meer dan 40 soorten. De meeste soorten zijn middelgroot 2-5 mm een enkele groot tot 9 mm. Onder het genus Fannia vallen bijna alle soorten. Slechts twee soorten zijn geen Fannia maar Piezura namelijk Piezura pardalina en P. gramicola.

Ze vallen op door hun ogen die lijken op halve bollen, hun wat bolle rug en vleugeltekening met breeduitgebogen voorvleugelrand. Het zijn grijsbedauwde tot glanzend zwarte vliegen, een enkele met lichter gekleurde poten bijv. Fannia lustrator.

De Fanniidae of Latrinevliegen zijn vooral bekend door de algemene soorten die in de woonomgeving voorkomen waar ze te vinden zijn op afvalhopen en mest.(bijv. Fannia canicularis Kleine kamervlieg, F. scalaris en F. leucosticta, F. manicata en F. pusio.). Sommige komen ook af op zweet/ zout van mens en dier vooral F. canicularis en F. armata.

De meeste Fannia's komen echter voor in bossen en bosranden en hun voedsel bestaat deels uit rottend plantmateriaal, paddenstoelen (Piezura soorten en sommige Fannia soorten), en boomwondsap. Je kunt ze vinden in vogelnesten, muizenholletjes, vleermuisrustplaatsen, zelfs in nesten van wespen en hommels en op dode beesten. Een aantal soorten bezoekt ook planten om honingdauw van de door luizen aangetaste planten te snoepen of bezoeken bloeiende planten voor de nectar. Fannia mollisima komt ook op stuifmeel af.

Typerend is het zwermgedrag van Fannia mannetjes. Je kunt ze veelal zien in groepjes van 5-15 mannetjes boven bospaden op 2-4 m hoogte in de zon en onder overhangende boomtakken. Fannia glaucescens is de enige die niet zweeft, terwijl Fannia lustrator een solitaire zwever is.

De larven komen voor in afval en mest, rottende bladeren, grashopen, vervuilde vogelnesten, vleermuismest, kleine zoogdiernesten, paddenstoelen en houtzwammen en kadavers. De typisch gevormde larven met veel uitsteeksels zijn voornamelijk oppervlakte schrapers. Ze schrapen micro-organismen zoals schimmeldraden, algen, stuifmeelkorrels en humus materiaal van oppervlaktes.

De meeste soorten hebben twee generaties per jaar waarbij de larven afkomstig van de tweede generatie overwinteren als larve en pop. De Kleine kamervlieg kan wel to 4 generaties per jaar hebben in een woonomgeving met constante temperaturen van 20 graden celsius of meer.

Fotografie Weetjes

Fannia's zijn niet gemakkelijk van foto's te determineren. Belangrijk is de volgende lichaamsdelen en kenmerken duidelijk op de foto te krijgen, waarvoor veelal meerdere foto's van een individu nodig zijn. Een foto van boven voor de vleugeladering om de soort uit te sluiten van Anthomyiidae met een anaalader die doorloopt tot de vleugelrand terwijl deze bij de Fannidae erg kort is, en de A1 (anaalader) en A2 ader elkaar kruisen bij denkbeeldige doortrekken richting vleugelrand. Foto van de zijkant voor informatie over de scheenbeharing van de middelpoot, de beharing van de heup van de voorpoot en de kleur van de halter (wit of bruinzwart) en de vorm van de onderste calypter (evengroot als bovenste of stripvormig). Ook de achterpoot om te zien of er een kenmerkende dorsale borstelhaar op het midden van de achterscheen zit. Foto's van de kop en beharing (geen interfrontals) en kopvorm (vooruitstekend snuitje alleen bij Fannia mollisima), vorm van de palpen (spatelvormig of anders) en vorm van de monddelen (kort-lang, smal-breed). Foto van het achterlijf omdat sommige soorten een vlekken-lijnen patroon hebben op het achterlijf (F. serena ; F. canicularis mannetjes met vlekken zie boven foto), vrouwtjes van F. leucosticta met vlekken op het achterlijf.

Ook is informatie over de beharing van de rug en bovenflank essentieel voor veel soorten om de kenmerkende dorsocentrale (DC) haren te zien waarvan twee voor de sutuur (scheidingsnaad) en vier achter de sutuur. Ondertussen komen we in de hogere dipterologie want de pre-alar (lang, kort of dubbel) is kenmerkend voor onderscheid van een aantal soorten.

Mogelijke look-alikes

De Fannia's lijken in hun zwerm en zweefgedrag op zweefvliegen. Uiterlijk zijn ze soms moeilijk te onderscheiden van Anthomyiidae en Muscidae.

Zie Joke van Erkelens hulpfiles:

Andere Bronnen

Ze zijn op familie niveau uit te sleutelen met Pjotr Oosterbroek e.a. (2006) De Europese families van muggen en vliegen (Diptera)

De beste determinatie- en compacte informatiebron is Rudolf Rozkošný-František Gregor en Adrian Pont (1997) The European Fanniidae (Diptera) in Acta Sc. Nat. Brno, 31 (2): 80 pp.

Bartak et al (2016) An updated key to males of European species of Fannia.

Fanniidae digitale determineersleutel voor zowel mannetjes en vrouwtjes.


BOVEN